Toerisme

We hebben wat info verzamelt over de streek waarin we ons bevinden.
Meer info vind je op de websites die we verzamelt hebben op onze linkspagina.

Bourgondië, paradijs halfweg het Franse Zuiden
Wie al zo vaak op weg naar het Zuiden over het asfalt scheurde, passeert Bourgondië zonder iets te merken van de levensvreugde en het goede “Bourgondische leven.”
Maar als u tussen Dijon en Mâcon de tolweg verlaat, komt u terecht in een gebied dat met een speelse heuvelslag weggolft,  waar koninklijke boomkruinen hun schaduwen over een hecht netwerk van rivieren en kanalen werpen. Liefst dertig procent bebost land maakt van Bourgondië het intiemste bosgebied van heel Frankrijk! En als het bos wijkt, lopen ritmische rijen wijnstokken naar heggetjes en dorpen.
Alles lijkt er in een vriendelijke beweging op gang te komen, geïllustreerd door de vele stromen die vanuit het oude hart, de Morvan, alle kanten op willen.

Rijkelijk verleden
De Bourgondische gastvrijheid is ouder dan het toerisme. Hartelijk en welgemeend wordt u begroet in een regio die ook de middeleeuwse reiziger al aantrok. Want als brandpunt van een nog pril kloosterleven trok Bourgondië ontelbare pelgrims aan.
Ook de handel breidde zich uit tot buiten de streekgrenzen. De steengroeven bij Auxerre leverden de bouwsteen voor de Franse hoofdstad en Parijs kreeg ook artistiek hoogte door de opstelling van een toren die een Bourgondiër ontwierp: Eiffel!
De handel stimuleerde ook de kunstproduktie. Meesterbeeldhouwers gingen vervaard aan de slag in de vele mooie oude steden.
Zelfs de legendarische Franse held Vercingetorix kon uiteindelijk de kolonisatiedrang van Caesar niet keren. Via Rhône en Saône zochten de Romeinen hun weg stroomopwaarts, vanuit hun Franse provincie (nu de Provence) naar onder meer Autun, op dat moment Gallië’s tweede stad. Zij namen hun cultuur mee en zo pronkt Autun tot op dit moment met de overblijfselen van een Romeins theater en de tempel van Janus. In het museum van Sens prijkt een boeiende collectie van Gallo-Romeinse sculptuur. Ook recente opgravingen geven aan dat Bourgondië van Romeins belang was. Eigenlijk heeft het Romeinse leven overal zijn sporen nagelaten.
In de 5e eeuw liet een alweer verzwakt Romeins bestuur toe dat een zwervende stam zich bij Genève vestigde. Deze pioniers hadden een lange, noordelijke reis acter de rug (Bornholm, nu Denemarken) en verlegden de grenzen van hun nieuwe koninkrijk al vlot tot het huidige Bourgondië was ingelijfd. Deze “Burgundarhomers”, de naamgevers van de streek, pasten zich moeiteloos aan. Romeinse reglementen en het christelijke geloof waren hen snel eigen.

Pelgrims op weg naar Santiago de Compostela en kruistochten vanuit Bourgondië.
Santiago de Compostela – gelegen aan de Spaanse Atlantische kust – gold, samen met Rome en Jeruzalem, als de voornaamste Christelijke bedevaartplaats in de Middeleeuwen. Vier officiële routes leidden naar het oord waar de stoffelijke resten van de apostel Jacobus de Meerdere worden vereerd. De pelgrims, die uit heel Europa afkomstig waren, verzamelden zich in Parijs, Vézelay, Le Puy-en-Velay en Arles. In Vézelay kwamen voornamelijk pelgrims  uit Duitsland en Centraal-Europa samen. Zij splitsten zich nadien in twee takken, die respectievelijk in La Charité-sur-Loire of in Nevers de Loire overschreden.
Naast deze belangrijkste routes beschreven in de “Guide du pèlerin” die dateert ui het jaar 1140, werden ontelbare andere trajecten gevolgd door de pelgrims die naar Compostela trokken. In Zuid-Bourgondië gold Cluny uiteraard ook als een voorname halteplaats voor de bedevaarders en de abdij was tevens een van de grote promotoren van deze tocht.

Kunstkenners menen dat Vézelay de grootste troef is in het kaartspel van Romaanse kerken. Als pelgrimscentrum had Vézelay dan ook niet te klagen over gebrek aan aandacht. De hier tronende relieken van Maria Magdalena waren meer dan voldoende om de stad van een imposante stroom belangstellenden te verzekeren. Maar niet alleen trok de regio als een religieuze magneet massa’s naar zich toe, er vertrok ook wel eens een vermaarde stoet. Sint Bernardus verkondigde hier namelijk de Tweede Kruistocht op gang. Vézelay ging roemloos ten onder want de Paus zei dat de restanten van Maria Magdalena zich niet in Vézelay, maar in een kerk in Zuid-Frankrijk bevonden. Het is aan de 19e eeuwse architect Viollet-le-Duc te danken dat het vervallen complex weer in oude luister werd gerestaureerd en nu geklasseerd staat in het werelderfgoed.

In Bourgondië kunt u in één van de allereerste kloosters uw rondgang maken: in de 12e eeuwse abdij van Fontenay (in 1981 door UNESCO geclassificeerd). Nog steeds in een groene vallei weggedoken, want hoge torens zoals bijvoorbeeld bij de kathedraal van Sens, waren taboe.

Kastelen, forten en statige panden
In feodale tijden was een beschermd huis een groot goed. De Bourgondische heren lieten daarom ook stoere, weerbare burchten opmetselen. U vindt ze verspreid door geheel Bourgondië terug. Ze zijn vaak verbouwd want de noodzaak kantelen en pijlspleten, kanonnenluiken en torens te handhaven, verdween in de loop der tijden zodat de ramen werden verbreed, de defensieve complexen met renaissancekunst werden versierd en statige kastelen in een sfeer van luxueuze weelde opgingen. De vlaggen en wapenschilden bleven. Ook in Dijon, waar het Palais de Ducs het comfort van de grote hertogen diende, en het kasteel Rochepot is net zo kleurig toegedekt als het hospitaal van Beaune en vormt een sprookjesachtig contrast met het veel strengere kasteel van Ancy-le-Franc, één van de belangrijkste Franse renaissancecomplexen. Edele huizen, bijna altijd met een intrigerend verleden.
De kastelen van Bourgondië, de Romaanse kerken en kunststeden vormen een rijk en erg gevarieerd patrimonium. Ze zijn de uitdrukking van het edele en adellijke, hoewel nochtans hoofdzakelijk landelijke, Bourgondië.
De geest van beroemde persoonlijkheden, zoals Vauban en Madamme Sévigné, Lamartine en Colette, zweeft hier nog rond, van Bazoches tot Cormatin. Maar de kastelen van Bourgondië met hun uitgestrekte domeinen wenken ook voor een bezoek aan hun prachtige tuinen en voor kennismaking met het eenvoudige werk van de landschapstuinders, die de landbouwers in de vier windstreken van Bourgondië door de eeuwen heen waren.

Hofstad Dijon
De bruiloft tussen Phillips de Stoute en Margaretha van Vlaanderen legde Bourgondië geen windeieren. Door het huwelijk ontstond de machtigste staat van de late Middeleeuwen, met als hertogelijk brandpunt de hoofdstad Dijon. De hertogen, de adel en de gegoede burgerij openden zonder reserves hun portefeuilles om de beste kunstenaars naar Bourgondië te halen.
Het Musée des Beaux Arts is een schatkamer zoals u er in Frankrijk weinig tegenkomt.
Het praalgraf van Phillips de Stoute en de Mozesput van de Chartreuse tonen de expressiviteit die Claus Sluters realistische werk kenmerken. De Place de la Libération is een open, halve cirkel, een ‘aura’ voor de zetel van het Bourgondische parlement, het Palais des Etats de Bourgogne. De overkant van het plein drukt tegen een maaswerk van middeleeuwse straatjes.
Gastronomisch Dijon begint heel eenvoudig bij het beroemde potje mosterd en geeft eethuis na eethuis blijk van bijzondere gerechten.

Gloedvol Beaune
Het spel van licht en schaduw geeft in wijnstad Beaune vooral het gekleurde pannendak van het Hotel-Dieu een flonkerende gloed. Kanselier Rolin zorgde er voor dat het als armenziekenhuis wel heel rijk ingericht pand de beschikking kreeg over wijngaarden, die nu als bijzonder door het leven gaan. In het gebouw streek de Doornikse schilder Rogier van der Weyden een ontroerend Laatste Oordeel uit de verf. Beaune verbergt z’n ware gezicht achter kelderdeuren, waar de grote namen uitkristalliseren tot wijn die na de test van oog, neus en tong zoveel nuances geeft, dat samengevat met “gloedvol” kan worden volstaan.

Alles ademt een levenskunst
Bijna ongeschonden bewaakt de abdijkerk Saint Philibert nog steeds het geloof in Tournus.
Wat voor alle Bourgondische kunststeden geldt, gaat ook voor Tournus op: u verlaat de stadsgrenzen om in de omgeving steeds weer iets nieuws te ontdekken. Het lieflijke kerkje in het vestingsdorp Brancion, het duinachtige natuurreservaat La Truchère en de Mâconnais-wijngaarden zijn slechts enkele voorbeelden. Kunst lijkt een algemeen begrip in Bourgondië, esthetisch uitgestrooid boven de vakwerkrijen van Auxerre en in de schaduw gelegd van de markthallen van Nolay. En ook de Verzorgde wijngaarden, de spiegelende meren van de Morvan en de oude versterkingen van Semur-en-Auxois mogen worden ingelijst in uw geheugen. Want Bourgondië zal u steeds opnieuw uitnodigen. Het romantische vakwerk in Joigny, de kristalweelde in het Château de la Verrerie van Le Creusot, het presidentiële museum in Château-Chinon, een rondgang door een kloosterhof, teveel om op te noemen.
En het draagt allemaal bij tot een vakantie waar levenskunst voorop staat.

Bourbon-Lancy
Gelegen langs de boorden van de Loire, op de grens van de 3 departementen Saône-et-Loire, Nièvre en Allier. Vooral gekend om zijn thermaalse baden, maar ook veel natuur, cultuur en niet te vergeten: lekker eten en drinken!
Er zijn grotere supermarkten, alle nutsvoorzieningen zijn voorhanden (bakker, beenhouwer, fietsenwinkel, garage voor zowel auto als motor.....)
Er is een groot meer met in de zomer een bewaakt wit strandje, watersportgelegenheid, speeltuin, skateramp enz. Er zijn restaurants, cafés, casino, cinema, pretpark, musea... vermaak voor jong en oud en in de zomermaanden is er elke dag wel iets te beleven!

Charolles

Zicht op Charolles

Cressy-sur-Somme

Cressy-sur-Somme

Dijon : Palais des Etats de Bourgogne

Dijon : Palais des Etats de Bourgogne

Bourbon-Lancy : les Thermes

Bourbon-Lancy : les Thermes